Door coronamaatregelen meer fietsen en wandelen

Door de coronamaatregelen verplaatsen we ons anders. We gebruiken het openbaar vervoer minder intensief en fietsen en wandelen vaker. Meer dan de helft van de thuiswerkers wil in de toekomst vaker thuiswerken dan voor de crisis. Een ontwikkeling die ook werkgevers ondersteunen. Een ommetje in eigen buurt komt dan mogelijk in de plaats van reizen naar het werk. Veel steden maken, vanwege de afstandsmaatregelen, straten autoluw ten gunste van voetgangers en fietsers. Deze ontwikkeling versterkt het beleid om duurzame mobiliteit te stimuleren. Een verschuiving van auto naar fietsen en wandelen heeft een positief effect op bewegen  en milieu-gerelateerde gezondheid.

Mobiliteit blijft toenemen 

Bevolkingsgroei en (naar verwachting) gematigde economische groei leidt in de toekomst tot een groei in het aantal verplaatsingen. Voor de periode 2018-2030 voorziet het PBLPlanbureau voor de Leefomgeving 13% meer autokilometers, 20% meer treinreizigerskilometers en 6% meer gebruik van de fiets en van bus, tram en metro (1). In deze schattingen zijn de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niet meegenomen. Wel een verwachte, gematigde, groei van het thuiswerken.

In Nederland is de auto het belangrijkste vervoersmiddel, gevolgd door de fiets. De fiets is ook belangrijk voor vervoer van en naar het station (2). Inwoners van de vijf grote steden ruilden de afgelopen 10 jaar steeds vaker de auto in voor de trein, fiets of lopen. Vooral voor afstanden tussen de 1 en 7 km. Toch nemen Nederlanders nog vaak de auto voor afstanden, die voor de meeste mensen goed te fietsen zijn (3).

Door corona meer thuiswerken en minder gebruik van openbaar vervoer

Door de coronamaatregelen zijn veel mensen thuis gaan werken. Thuiswerken is echter niet voor alle beroepen mogelijk. Vooral hoogopgeleide werknemers, en mensen met werk dat thuis uit te voeren is, werken vanuit huis  (zie ook: thema Gezondheid/Arbeid). Van de thuiswerkers verwacht 40-60% ook na de crisis vaker thuis te gaan werken (4). Door het thuiswerken verandert ons reisgedrag. 

Het gebruik van de auto en het openbaar vervoer (ov) nam af tijdens de coronagolven van maart en oktober (2, 5, 6). Zo is het treingebruik gehalveerd. Reizigers die minder met de trein reizen, nemen vaker de auto (46%) of de fiets (14%). Ruim 10% van de treinreizigers heeft een ander vervoermiddel gekocht. Ongeveer 15% heeft een auto of e-bike gekocht als vervanging van de treinreis (7). Overigens verwacht 8-12% van de reizigers die minder met de trein reizen, in de toekomst juist vaker de trein te gaan gebruiken (6, 7). In juni 2020 gaf het merendeel van de treinreizigers aan zich veilig te voelen in de trein. Men maakte zich alleen zorgen om het afstand houden bij in- en uitstappen (7).

De langetermijneffecten van de coronacrisis op de mobiliteit zijn nog onduidelijk. Het wegverkeer zal na de dip in 2020 waarschijnlijk weer groeien (5). Het ov-gebruik zal waarschijnlijk weer toenemen zodra de coronamaatregelen versoepeld worden of niet meer nodig zijn. Maar door vaker thuiswerken zijn minder verplaatsingen nodig. Ongeveer 52% van de mensen, die als gevolg van de coronacrisis zijn overgestapt van het ov naar de fiets, verwacht vaker te gaan fietsen als alle coronamaatregelen zijn opgeheven (2). Pas in 2025 komt het ov-gebruik naar verwachting weer op het niveau van 2019 uit (5). 

We fietsen en wandelen meer door coronamaatregelen

Thuiswerkers hadden meer tijd voor een ommetje en om te sporten. Maar door het wegvallen van het woon-werkverkeer misten zij ook beweging. Fietsen of lopen naar werk of OV was niet langer nodig. En door de coronamaatregelen gingen de sportscholen dicht. Maar Nederlanders zijn wel meer gaan wandelen en fietsen dan voor de coronacrisis. De fietsafstand steeg van 3,4 naar 4,1 km, de wandelkilometers van 1,2 naar 1,8 km (2). 

Het gebruik van de elektrische fiets groeit nog steeds. In mei 2020 was de verkoop van elektrische fietsen 38% hoger dan een jaar eerder (8). Ongeveer 25% van de ondervraagden, van het mobiliteitspanel Nederland, denkt ook na de coronacrisis meer te gaan lopen en fietsen dan voorheen (6). In 2025 zal het fietsgebruik 3-4% hoger zijn dan in 2019 (5). Deze groei is het gevolg van de verwachte bevolkingsgroei, van de toegenomen fietsafstand per persoon en van een verschuiving van ov naar fiets. Deze groei kan lager uitvallen doordat mensen vaker gaan thuiswerken.

Gemeenten maken meer ruimte voor fietsers

Om de anderhalve meter afstand in acht te nemen, hebben veel gemeenten de openbare ruimte aangepast. Ze hebben bijvoorbeeld wandelpaden en fietspaden verbreed en voetgangersrotondes aangelegd. In Amsterdam maken fietsers op drukke straten tijdelijk gebruik van de rijbanen. Voetgangers maken gebruik van het fietspad en voor auto’s is nog maar beperkt (of geen) ruimte. Ook internationaal zien we hetzelfde beeld. Steden zoals Parijs, Milaan, Brussel en Rome maken veel meer ruimte voor de fiets. Ze leggen nieuwe fietspaden aan, verwijderen parkeerplaatsen en sluiten autorijbanen af voor het fietsverkeer.

Deze ingrepen versterken het beleid om duurzame mobiliteit te stimuleren. Een aantal steden was hier al eerder mee bezig. Zij hebben centrale pleinen parkeervrij of autoluw gemaakt. Utrecht en Amsterdam bouwen aan nieuwe, autovrije wijken. In Rotterdam heeft de gemeenteraad besloten om ‘omgekeerd te ontwerpen’. Focus ligt op de voetganger, dan de fietser en dan het ov. De coronacrisis kan deze transitie in mobiliteitsbeleid versnellen (9).

Minder autogebruik verbetert de luchtkwaliteit en vermindert de geluidsoverlast. Het leidt bovendien tot meer ruimte in steden (door minder parkeerplekken). Zo ontstaat er meer ruimte voor groen en water, speeltuinen, ontmoetingsplekken en openbare (sport)voorzieningen. En ook meer ruimte voor fietsers en met name voetgangers. Dit alles maakt verblijven in de stad aantrekkelijker. 

Positieve gevolgen voor gezondheid door meer bewegen

Fietsen en lopen hebben een positieve uitwerking op de fitheid en gezondheid van mensen. Eén op de drie mensen, die dagelijks reist met de fiets, e-fiets of te voet, haalde in 2019 de beweegnorm al (3). Nederlanders fietsen gemiddeld ongeveer 75 minuten per week. Hierdoor leven zij gemiddeld een half jaar langer dan niet-fietsers. Tevens voorkomt dit jaarlijks indirect ongeveer 6.500 doden (10). Fietsen kent tal van voordelen. Het is ontspannend en kan de slaapkwaliteit en mentale gezondheid verbeteren. Bovendien bevordert fietsen de sociale interactie en verbinding (11). En het draagt bij aan de onafhankelijkheid van mensen met een laag inkomen (12, 13). 

Fietsveiligheid blijft een aandachtspunt. Het aantal doden door een fietsongeval is licht toegenomen sinds 2013. Ook het aantal ernstige gewonden door fietsongevallen is gestegen met 35% gedurende 2010-2019 (2). Vooral oudere fietsers zijn een kwetsbare groep.

Verdichting steden van invloed op mobiliteit

De groei van de bevolking en van banen is geconcentreerd in de steden (zie ook: thema Leefomgeving/Fysiek). De bevolkingsgroei en veranderde woonbehoeften leiden tot een woningbouwopgave, die ook gevolgen heeft voor de mobiliteit. Het is nog niet duidelijk of de verdichting gaat zorgen voor belasting van bestaande verbindingen , of dat er nieuwe verbindingen nodig zijn. Dit hangt mede af van waar die nieuwe woningen gebouwd gaan worden. En ook of mensen vaker thuis gaan werken. De coronacrisis maakt duidelijk dat de ruimte in de stad en op straat beperkt is. 

Oplossingen voor duurzame en gezonde mobiliteit

Een verhoogde inzet op het bundelen van wonen en werken leidt tot een betere bereikbaarheid met minder automobiliteit. Een fijnmazig en toegankelijk ov is ook van belang. Maar een volgende golf van het coronavirus kan opnieuw tot een dip in het gebruik van ov leiden. En tot een grotere groei van het autoverkeer dan eerder verwacht. 

Er is daarom meer aandacht nodig voor beïnvloeding van reisgedrag. Als het ov en de fiets veiliger, gemakkelijker, betaalbaarder en sneller zijn dan de auto, dan stapt men sneller over. Het is dus van belang om het ov aantrekkelijk te houden. Onder andere door besmettingsrisico’s te minimaliseren. Apps, die een signaal geven bij grote drukte, kunnen reizigers helpen bij het maken van een gezonde en veilige vervoerskeuze.

Meer investeren in fietsvoorzieningen draagt ook bij aan de overstap van auto naar fiets. Door het stimuleren van fietsen en wandelen is winst te behalen voor gezondheid en klimaat (zie ook: thema Leefomgeving/Klimaat). Aandacht voor verkeersveiligheid blijft daarbij van belang. Voorbeelden zijn: veilige wandel- en fietsmogelijkheden, meer fietsenstallingen en ondersteuning voor gedeelde e-fietsen. Voor mensen die niet in staat zijn om te fietsen of te wandelen, is een fijnmazig ov-netwerk een duurzame oplossing. 

Nieuwe maatregelen voor thuiswerken en gezond en duurzaam vervoer

Overheid en werkgevers kunnen maatregelen treffen om zowel het thuiswerken, als gezond en duurzaam vervoer te faciliteren. Meer dan de helft van de ondervraagde werkgevers geeft aan behoefte te hebben aan hulp over thuiswerk- en mobiliteitsbeleid (14). Deze hulp kan komen van werkgeversnetwerken en de overheid. Werkgevers zoeken (fiscale) tips en advies over veilige, duurzame en gezonde mobiliteitsoplossingen zoals elektrische fietsen, auto delen, en het openbaar vervoer.