Luchtkwaliteit

De concentratie van vervuilende stoffen in de Nederlandse lucht nam de afgelopen decennia af, omdat veel bedrijven en ook wegverkeer schoner zijn geworden. De luchtverontreiniging brengt echter nog steeds schade toe aan de gezondheid. Het gaat vooral om verontreiniging door fijnstof deeltjes (zoals PM10), stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3). Fijn stof is een verzamelnaam voor alle deeltjes die in de lucht zweven, in doorsnede 10 micrometer of kleiner. Autoverkeer is de grootste bron voor NO2. Verkeer, industrie, landbouw en huishoudens (onder andere houtstook) zijn belangrijke bronnen van fijn stof. Intensieve veehouderij blijft vanwege de vorming van fijn stof en het risico op verspreiding van ziekteverwekkers en resistente bacteriën een aandachtspunt, omdat er veel woningen nabij een veehouderij liggen (ruim 350.000) (1).

Blootstelling aan luchtverontreiniging kan leiden tot luchtwegklachten en hart- en vaatziekten of deze verergeren. Luchtvervuiling treft vooral bepaalde risicogroepen zoals kinderen, ouderen en mensen met astma of hart- en vaataandoeningen. Maar ook mensen die sporten in de buurt van locaties met relatief veel luchtvervuiling.

Kansen voor gezondheid

Als het vastgestelde beleid uitgevoerd wordt, zal de luchtkwaliteit de komende 10 jaar verder verbeteren. Daarmee zal het percentage mensen, dat wordt blootgesteld aan NO2-concentraties van meer dan 20 μg/m3, dalen van 52% in 2016 naar circa 1% in 2030. Bovendien zal het percentage inwoners, dat wordt blootgesteld aan PM10-concentraties boven de 20 μg/m3, dalen van 62% (10,4 miljoen mensen) in 2016 naar 0,6% van de bevolking in 2030. Lokaal blijven er dan nog steeds gebieden waar de blootstelling hoog is. Er is overal in Nederland nog gezondheidswinst te behalen met extra maatregelen (2).

Bij uitvoering van het vastgestelde beleid, daalt het gemiddeld verlies aan levensverwachting door luchtverontreiniging van 9 maanden in 2016, naar 5,7 maanden in 2030 (2). Wanneer Nederland en de omliggende landen de maatregelen doorvoeren die nodig zijn om de klimaatdoelen van ‘Parijs’ te behalen, zal de gezondheidswinst nog hoger zijn.

Relatie tussen luchtkwaliteit en besmetting COVID-19 is onduidelijk

De coronamaatregelen hebben in Nederland en andere landen geleid tot een (tijdelijke) verbetering van de luchtkwaliteit. In Nederland, Engeland, Duitsland, Spanje en Italië daalden de NO2 concentraties met 20 tot 50 %. Ook de concentraties PM2.5 daalden, maar in mindere mate. De ozonniveaus veranderden nauwelijks (3). Bij het opheffen van de coronamaatregelen stegen de concentraties echter weer snel.

Verkennend onderzoek, in onder andere Italië, de Verenigde Staten en Engeland, wijst op een mogelijke samenhang tussen COVID-19 hotspots en hoge niveaus van luchtverontreiniging (4-8). Langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging leidt tot een verhoogd risico op hartvaatziekten en luchtwegaandoeningen. Dit is aangetoond in diverse epidemiologische onderzoeken in binnen- en buitenland. Mensen met deze ziekten zijn gevoeliger voor een ernstiger beloop van COVID-19. Daarnaast kan langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging tot ontstekingsreacties leiden. Dit kan de impact van luchtwegvirussen, zoals COVID-19, verergeren (9-11).

Onderzoek met gegevens van 355 Nederlandse gemeenten, laat een statistische samenhang zien tussen de gemiddelde concentraties PM2.5 per gemeente en het aantal COVID-19 infecties. Ook is er een samenhang te zien tussen fijn stofconcentraties en het aantal ziekenhuisopnames en sterftegevallen door COVID-19, in de periode februari - juni 2020 (12). Het duiden van de samenhang tussen luchtkwaliteit en COVID-19 is nog lastig. Om een causale relatie aan te tonen tussen (historische) blootstelling aan luchtverontreiniging, en de ernst van COVID-19, is specifiek epidemiologisch onderzoek nodig.

Een andere vraag is of via inademing van stofdeeltjes de kans op besmetting met het virus toeneemt. Onderzoekers in Bergamo (Italië) hebben genetisch materiaal van SARS-CoV-2 virus op fijn stofdeeltjes aangetoond (13). Op dit moment is nog onduidelijk of virusdeeltjes op fijn stofdeeltjes lang actief blijven.

In de toekomst een betere luchtkwaliteit door elektrische voertuigen

Door het weren van vervuilende voertuigen en de toename van elektrische voertuigen neemt de uitstoot van luchtverontreiniging af. Als deze beide trends doorzetten, is de verwachting dat de luchtkwaliteit in de stad verbetert en ook de geluidsoverlast afneemt. Bij uitvoering van het voorgenomen beleid, zal het aantal verloren levensjaren door ongezonde luchtkwaliteit in 2030 met ongeveer 40% afnemen (2). Volgens een ruwe schatting, kan de toename van elektrische voertuigen in 2030 leiden tot een geluidsreductie van 1 dB in het binnenstedelijk gebied. Tegen 2050 kan de geluidsreductie 3-4 dB bedragen. Hierdoor kan de slaapverstoring door binnenstedelijk verkeer met ongeveer een derde afnemen (14).

Meer informatie over luchtverontreiniging en gezondheid: