De kwetsbaarheid van de bevolking voor een virus als SARS-CoV-2 neemt toe

De mogelijkheid bestaat dat SARS-CoV-2 of een ander coronavirus in de toekomst voor uitbraken zal blijven zorgen, ook met vaccinatie. Risicofactoren voor een ernstig beloop van COVID-19 zijn een hogere leeftijd, aanwezigheid van onderliggende ziekten, en het hebben van ernstig overgewicht. De Nederlandse bevolking vergrijst, en hierdoor neemt ook het aantal mensen met chronische aandoeningen toe. Bovendien hebben steeds meer mensen overgewicht. Als gevolg hiervan wordt de bevolking elk jaar een beetje kwetsbaarder voor ernstig ziektebeloop na infectie met SARS-CoV-2, of een nieuw vergelijkbaar virus.

Het coronavirus zal waarschijnlijk onder ons blijven

Hoe de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus zich op de lange termijn zal ontwikkelen is onzeker, maar de kans bestaat dat het SARS-CoV-2 virus onder ons blijft. In welke mate dit het geval zal zijn, hoe vaak er uitbraken komen en wat de ernst zal zijn, is afhankelijk van een aantal factoren. Het hangt bijvoorbeeld af van het percentage mensen dat immuniteit heeft opgebouwd (door infectie of effectieve vaccinatie) en de duur van deze immuniteit. Een modelstudie geeft bijvoorbeeld aan dat het virus alleen kan verdwijnen bij langdurige immuniteit of bij een vaccin met hoge effectiviteit (1). Ook het soort bescherming dat immuniteit biedt (volledige bescherming of alleen bescherming tegen de ernst van symptomen) speelt een rol. 

Inmiddels is van een klein aantal patiënten bekend dat ze een tweede keer met het SARS-CoV-2 virus geïnfecteerd zijn geraakt (2). Hoe vaak dit daadwerkelijk voorkomt en of een tweede infectie anders verloopt dan een eerste infectie is nog onbekend. Ook het gedrag van de bevolking en overheidsmaatregelen na uitbraken spelen een belangrijke rol. Vlakken de infectiegolven door toenemende immuniteit af naar kleine oplevingen die als een acceptabel onderdeel van de wintergriep worden beschouwd? Leidt SARS-CoV-2 tot een permanente gedragsverandering die de kans op virusverspreiding beïnvloedt? Dit zijn vragen die voorlopig nog open zullen blijven staan. Het is ook niet uitgesloten dat we in de toekomst te maken gaan krijgen met een ander, soortgelijk virus dat een pandemie kan veroorzaken. 

Een vergrijzende bevolking wordt kwetsbaarder voor COVID-19

Er zijn verschillende factoren die het risico op een ernstig beloop van COVID-19 na infectie met het SARS-CoV-2 virus vergroten (3). Allereerst zien we dat mensen op een hogere leeftijd vatbaarder zijn op een ernstig beloop van infecties, onder andere door veroudering van het immuunsysteem. Men wordt gemiddeld steeds ouder. De levensverwachting stijgt naar ruim 85 jaar in 2040 (4). Daarnaast neemt ook het totaal aantal ouderen toe. De babyboomers, de generatie die net na de tweede wereldoorlog is geboren, bereiken langzamerhand een hogere leeftijd. Het aantal 65-plussers zal met 1,4 miljoen toenemen tot 2040, het aantal 80-plussers met 800 duizend (5). 

Met de vergrijzing ook meer onderliggende gezondheidsproblemen

Het hebben van onderliggende gezondheidsproblemen kan grotere complicaties bij COVID-19 tot gevolg hebben. Met name het hebben van diabetes, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en COPD geeft een grotere kans op een ernstiger beloop van COVID-19 (3). Ook hier speelt de vergrijzing een rol. Door de vergrijzing zal het aantal mensen met een chronische aandoening stijgen (6). Dit wordt nog versterkt doordat overlevingskansen verder verbeteren, bijvoorbeeld door betere behandelingen. Hierdoor zal een steeds grotere groep langer met hun (chronische) aandoening leven. Een andere factor is dat het aantal ouderen met overgewicht, een andere risicofactor voor complicaties bij COVID-19, zal toenemen. Het percentage 65-plussers met (ernstig) overgewicht neemt toe van 61% in 2018 naar ruim 70% in 2040 (7). Dit betekent dat er steeds meer ouderen komen die bij een besmetting met COVID-19 een grotere kans op complicaties zullen hebben. 

Meer mensen in verpleeghuizen, en meer eenpersoonshuishoudens

Niet alleen de vergrijzing is van invloed op de kwetsbaarheid, ook de woonsituatie van mensen kan een rol spelen. Naar verwachting zullen ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Het aantal eenpersoonshuishoudens onder 65-plussers neemt tot 2040 toe met bijna 700.000. In 2040 woont dan meer dan 50% van de 65-plussers alleen (8). De exacte bijdrage van de grootte van huishoudens in de verspreiding van SARS-CoV-2 is niet duidelijk, maar van de bekende infecties is een huisgenoot het vaakst als bron gerapporteerd (9). Huishoudens zijn ook vaak connecties tussen verschillende werkplekken, scholen, sportclubs en andere sociale activiteiten. De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens kan in de toekomst mogelijk de verspreiding verminderen. Dit is echter ook mede afhankelijk van de intensiteit van sociale contacten buitenhuis, en bijvoorbeeld de trend in thuiswerken. Voor alleenstaande ouderen is van belang of diegene intensieve zorg en ondersteuning nodig heeft. Hierdoor kan het risico op besmetting toenemen. Wanneer men in een verpleeghuis woont, met veel meer mensen bij elkaar, is het risico dat veel kwetsbare personen tegelijk getroffen hoger. Met de mogelijke verdubbeling van de vraag naar verpleeghuiszorg tot 260 duizend indicaties in 2040 (10), kan de kwetsbaarheid van de Nederlands bevolking daarmee toenemen.

Invloed van leefomgeving op COVID-19 onduidelijk

Het is mogelijk dat slechtere luchtkwaliteit van invloed is op de gevoeligheid voor en de ernst van het beloop van COVID-19. Deze relaties dienen in de toekomst nog verder te worden uitgezocht. Het is de verwachting dat de luchtkwaliteit met betrekking tot fijn stof, stikstofdioxide en roet nog verder zal verbeteren de komende jaren (11). Dit is gunstig voor de kwetsbaarheid. De ontwikkeling in de komende jaren van andere vormen van luchtverontreiniging, zoals ozon, ultrafijn stof en houtrook, is onzeker. Verstedelijking met bijbehorende drukte in de openbare ruimte kan tot gevolg hebben dat een virus meer mensen sneller treft. De publieke ruimte is echter nog niet naar voren gekomen als een belangrijke bron van besmettingen (9). De meeste besmettingen vinden plaats in de privésfeer. Binnen Nederland waren stedelijke gebieden tijdens de eerste golf niet harder getroffen dan plattelandsgebieden  (12). Door de korte afstanden in Nederland is het de vraag of er echt sprake is van een contrast tussen stedelijk en landelijk gebied. 

Internationale connectiviteit neemt toe

Het internationale reisgedrag is toegenomen over de jaren. Zo is het aantal internationale toeristbezoeken wereldwijd verdrievoudigd in de afgelopen dertig jaar. Nederlands gaan vaker op reis en ook het inkomend aantal toeristen is sterk gestegen. Zo verdubbelde het aantal inkomende toeristen tussen 2004 en 2018 (13). Hierdoor kunnen virussen eerder en in grotere aantallen worden geïntroduceerd in Nederland. Het is echter nog onzeker in hoeverre de trend van reizen zal doorzetten na de coronapandemie. 

De kwetsbaarheid van de bevolking neemt toe

Al met al neemt de kwetsbaarheid van de Nederlandse bevolking voor het SARS-CoV-2 virus en COVID-19 de komende decennia elk jaar een beetje toe. Deze kwetsbaarheid geldt ook voor infecties door andere opkomende virussen. Ook zijn de wereldwijde verstedelijking, de bevolkingsgroei, toename in voedselproductie en veehouderij en veranderingen in ecosystemen factoren die het risico op nieuwe pandemieën vergroten. Echter, voor elk virus kan de kwetsbaarheid van de bevolking qua ernst van ziektebeloop en sterfte anders zijn. Voor SARS-CoV-2 hebben ouderen het meeste risico op een ernstig ziektebeloop. Echter, tijdens de pandemie met het influenzavirus in 2009 waren ouderen juist ouderen beter beschermd. Dit kwam waarschijnlijk door eerdere blootstelling aan vergelijkbare influenzavirussen (14).