Toenemende behoefte aan zorg en ondersteuning thuis

Door de vergrijzing en de ontwikkelingen in het zorgveld neemt de vraag voor zorg en ondersteuning thuis toe. Mensen komen minder snel in aanmerking voor het wonen in een zorginstelling, en kunnen met een zwaardere zorgvraag thuis blijven wonen. Zo was het aantal Wlz-cliënten dat in 2018 zorg thuis ontving, 23% hoger dan in 2015 (1). Het aantal mensen met zogenoemde zorg met verblijf is licht gedaald. De stijging van Wlz-cliënten met zorg thuis, zit met name bij cliënten met een verstandelijke handicap of een psychogeriatrische aandoening zoals, bijvoorbeeld dementie (1).

Meer diversiteit in zorgvraag

Naast de stijging in de zorgvraag thuis, wordt deze zorgvraag ook meer divers. Met name ouderen krijgen te maken met meerdere chronische aandoeningen tegelijk, wat de zorgvraag complexer kan maken. Zo stijgt volgens het Trendscenario het aantal mensen met meerdere chronische aandoeningen naar verwachting van 5,3 miljoen in 2015 tot 6,6 miljoen in 2040. In 2018 gaf 15% van de mensen met een chronische ziekte aan meer behoefte te hebben aan meer zorg en ondersteuning, met name huishoudelijke of praktische hulp, en het liefst van naasten uit de omgeving (2). Ook is meer aandacht nodig voor psychosociale aspecten in de zorg. Zoals meer aandacht voor autonomie, zingeving, zinvolle dagbesteding, een stimulerende zorgomgeving en aandacht voor wat mensen juist nog wél kunnen (3).

Toenemend tekort aan (in)formele zorgverleners

In verschillende zorgsectoren is er een tekort aan arbeidskrachten (4). Er waren in het eerste kwartaal van 2020 zo’n 37.000 openstaande vacatures in de sector zorg en welzijn (5). In het Trendscenario zien we ook een verwachte daling aan potentiële mantelzorgers. In 2015 waren er gemiddeld tien 50-64 jarigen (potentiële mantelzorgers) per 85-plusser. Naar verwachting zullen dit er in 2040 nog minder dan 4 zijn (6, 7).

Zorgverlening in netwerken en wijkteams

Aansluiten bij de complexere zorgvraag thuis, zal het werk van de zorgprofessional veranderen. Naar verwachting zal er steeds meer flexibiliteit en mobiliteit van de professionals gevraagd worden. Bijvoorbeeld om via telecommunicatie en huisbezoeken de benodigde zorg te leveren (8). Verder wordt gezocht naar manieren om persoonsgerichte zorg te leveren, aansluitend bij de behoeften van de cliënt (9). Dit vraagt van professionals dat zij met andere professionals en mantelzorgers samenwerken en afstemmen (9).

Door corona-uitbraak minder doorstroom naar verpleeghuis

De COVID-19 uitbraak in Nederland heeft invloed op het gebruik van (in)formele zorg en ondersteuning thuis en in de wijk. In de wijkzorg kozen cliënten er in de eerste maanden na de uitbraak voor om (nog) niet naar een verpleeghuis te verhuizen (10). Of ze kozen ervoor om minder zorg thuis te ontvangen (10). Of dit effect kan hebben op het zorggebruik binnen de wijkzorg op lange termijn is nog niet duidelijk. Tegenover een verlaagde uitstroom tijdens de corona-uitbraak stond echter ook een mindere instroom vanuit het ziekenhuis of van nieuwe cliënten (10). 

Meer zicht op kwetsbare groepen in de wijk en thuis nodig

De coronamaatregelen en angst om besmet te raken, hebben invloed gehad op kwetsbare groepen en ouderen. Zo is met name voor 75-plussers is het aandeel emotionele eenzaamheid gestegen, dit gaat om het hebben van een hechte of intieme band met een ander (11). Uit een uitvraag naar de grootste problemen van de coronacrisis en de maatregelen, onder ruim 2.000 mensen met een beperking of chronische ziekte, bleek het volgende. Zo’n 60% gaf aan dat het grootste probleem het gemis was van naaste familieleden/geliefden (12). De helft gaf aan dat angst voor besmetting een probleem was (12). Ook als het gaat om jongeren en gezinnen toont de coronacrisis kwetsbaarheden binnen het zorgstelsel. In een eerste uitvraag vanuit de werkgroep voor de sociale impact van de coronacrisis (13) bleek dat de meest kwetsbaren door de crisis en de maatregelen het hardst geraakt worden. Dit zijn, naast ouderen, dak- en thuislozen, en mensen met GGZGeestelijke gezondheidszorg problematiek, bijvoorbeeld ook multi-probleemgezinnen. Hierbij gaat het met name over gezinnen onder de armoedegrens, alleenstaande ouders, mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn, en gezinnen met een ouder of kind met een verstandelijke beperking. Juist deze gezinnen hebben de steun vanuit de omgeving hard nodig. Deze steun kwam tijdens de eerste coronagolf in het gedrang. Zo sloten de scholen en de dagbesteding, en was het een uitdaging om het zorgen voor de kinderen en werken te combineren (13). 

Meer druk op mantelzorgers 

De afschaling van de dagbesteding bij de eerste coronagolf zorgde voor meer belasting op de mantelzorgers (12). In een uitvraag in april 2020 onder het Nationaal Mantelzorgpanel (n=392), gaf zorgde bijna 60% van de mantelzorgers aan meer dan voorheen voor hun thuiswonende naaste te zorgen, omdat formele zorg minder geleverd werd (20). Tegelijk gaf 5% van de mantelzorgers aan juist minder zorg te hebben verleend. Van de mantelzorgers voor mensen met dementie gaf 80% aan dat zij zich tijdens de pandemie meer belast voelden met de zorg voor hun naaste dan ervoor (gemeten in juni 2020) (14). Naast een toename in het leveren van zorg en ondersteuning, maakten mantelzorgers zich ook  zorgen over de gezondheid van de kwetsbare naasten (15). Deze zorgen kunnen zowel in tijden van een coronapiek als bij versoepelingen van de maatregelen een rol spelen. Om de zorgen zoveel mogelijk weg te nemen is het daarom belangrijk om duidelijke informatie te geven over het besmettingsrisico en de mogelijkheden van digitaal contact (12, 15). 

Ook meer druk op formele zorgverleners

Om in te kunnen spelen op de complexer wordende zorgvraag van cliënten thuis, werd vóór de coronacrisis in toenemende mate ingezet op een integrale aanpak. Op de plekken waar al voor de uitbraak integraal gewerkt werd, is de samenwerking tijdens de eerste coronagolf versterkt (16, 17). Dit kan lessen bieden voor integrale samenwerking in de toekomst. Naast een beter ervaren integrale samenwerking in de wijk, kwamen zorgverleners ook voor moeilijke beslissingen te staan. Zo kan het maken van een klinische beoordeling, bijvoorbeeld wanneer een patiënt door te sturen naar het ziekenhuis, complex zijn, met name voor ouderen met multimorbiditeit (18). Dit vraag bij de huisarts om maatwerk. Ook  de angst voor het virus en de gezondheid van cliënten, beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen, en gevoel van verantwoordelijkheid tegenover de cliënten waren enkele van de uitdagingen waar zorgprofessionals (internationaal) mee te maken kregen  (19).